De geheime totstandkoming van Europa

'De nationale parlementen worden gechanteerd'

Gepubliceerd in Mensen Rechten Magazine, december 1992


Eind oktober lekte een ontwerp-document uit van de ad hoc groep immigration. Dit voorstel onthulde niet alleen hoe ver Europa wil gaan in het tegenhouden van vluchtelingen. Het uitlekken van dit document gaf een zeldzame blik achter de schermen van de Europese besluitvorming. De Ad Hoc groep Immigratie bereidt verdragen voor of - zoals in dit geval -politieke resoluties waar de ministers unaniem over moeten beslissen. Hoewel het om EG-Lidstaten gaat en het een harmonisatie maatregel betreft, is er geen sprake van EG-regelgeving.
In de nu bekend geworden nota gaat het om gemeenschappelijke criteria voor versnelde en versoepelde procedures voor 'kennelijk ongegronde' asielverzoeken. De ministers hadden dit pas bij de top in Edinburgh openbaar willen maken.
Het voorstel heeft geen enkele wettelijke basis, maar geeft wel dwingende voorschriften voor nieuw beleid. Zo worden in het diepste geheim vergaande maatregelen bedacht, zonder dat daarop enige controle is.

Ook veel van de Europese politiesamenwerking komt op deze manier tot stand in werkgroepen op informele grondslag. Bereikte resultaten zijn 'overeenkomsten', die niet worden vastgelegd in een Conventie of Verdrag. Besluiten worden genomen buiten de officiële EG-strukturen om, daar heeft het Europese parlement geen invloed op.
De Ad Hoc Immigratie groep en het TREVI-overleg bijvoorbeeld zijn het resultaat van administratieve afspraken tussen ministers van de deelnemende lidstaten of hun ambtenaren. Het aantal clubs dat zich bezighoudt met politiesamenwerking is bijzonder onoverzichtelijk.
"Wat het extra ingewikkeld maakt is dat iedere werkgroep weer is samengesteld uit verschillende landen, vaak overlappen hun activiteiten. Overal zijn database projecten in ontwikkeling: op een gegeven moment telde ik er 23. Ik ben er vrij zeker van dat er via netwerken al gegevens uitgewisseld worden. Over bijvoorbeeld terrorisme, voetbalvandalisme, en over drugsbestrijding. En dat terwijl al deze werkgroepen zich voordoen als plekken waar alleen maar gediscussieerd wordt over de voorbereiding van verdragen."
Professor Lode van Outrive, criminoloog in Leuven en Europarlementariër voor de Socialisten laat geen gelegenheid voorbij laat gaan om te ageren tegen de geheime en ondemocratische wijze waarop de samenwerking tot stand komt.
"Geheim, omdat het zelfs voor belangengroeperingen en voor parlementsleden met enig verantwoordelijkheidsgevoel bijzonder moeilijk is om er achter te komen wat er waar besproken wordt. Wat er besloten is, wanneer iets begint, hoe het vervolgens uitwerkt en welke resultaten er behaald zijn."
Van Outrive sprak in september op een conferentie in Padua over de tegenwerking bij wat eigenlijk normale democratische controle zou moeten zijn. "De status van documenten is nooit duidelijk, en politieke debatten worden gemanipuleerd. Chantage van geïnteresseerde mensen en politici is aan de orde van de dag: er wordt altijd onmiddellijk geschermd met het zogenaamd geheime of vertrouwelijke karakter van documenten."

De Tweede Kamer ratificeerde het Verdrag van Schengen op voorwaarde dat ze op de hoogte gehouden zou worden van de daaruit voortvloeiende plannen. Die belofte werd gedaan op voorwaarde van vertrouwelijkheid. Naast de oncontroleerbare manier waarop Europese verdragen tot stand komen, zijn er de concrete gevolgen van de gemaakte afspraken.

De grenzen gaan open, met als voordeel dat de burger geen paspoort meer hoeft te laten zien als hij op vakantie gaat. Daar staat tegenover dat hij wel altijd een geldig reisdocument bij zich moet hebben om zich te kunnen identificeren.
Pas de afgelopen maanden begint het door te dringen dat die vrijheid van reizen slechts geldt voor blank-ogende, en bovendien brave EG-burgers.
Om de gezelligheid binnen de buitengrenzen te garanderen zal het grote Schengen Informatie Systeem bijhouden wie vermist wordt, als vreemdeling ongewenst is, of anderszins nog wat heeft staan bij Justitie. Maar er zijn meer manieren om in die grote computer terecht te komen. Volgens Artikel 100 van het Verdrag van Schengen bijvoorbeeld als "er concrete aanwijzingen zijn, op grond waarvan kan worden aangenomen dat de betrokken persoon in aanzienlijke mate bijzonder ernstige misdrijven beraamt of pleegt." Dit soort mensen zal bij de grens of andere politiecontroles in het binnenland "gericht" of "onopvallend" gecontroleerd worden. De signalerende autoriteit krijgt doorgegeven met wat voor auto je reed, waar je heen ging, wie er mee ging en wat je bij je had.
Deze signalering is ook toegestaan op verzoek van binnenlandse veiligheidsdiensten, "met oog op de voorkoming van een ernstige, van de desbetreffende persoon uitgaande bedreiging, dan wel van andere ernstige gevaren voor de interne of externe veiligheid van de Staat." In het Verdrag staat nergens gedefinieerd wat wordt verstaan onder "ernstig gevaar" of "veiligheid van de staat".
Deze kleine annex biedt de mogelijkheid de in de grondwet vastgelegde en op nationaal niveau plechtig beleden scheiding tussen politie en geheime dienst te verlaten.
Waar het gaat om het voorkomen van toekomstige strafbare feiten mogen landen spontaan, dus zonder voorafgaand specifiek verzoek informatie uitwisselen. Inlichtingendiensten zullen niet nalaten het computerbestand internationaal te gaan gebruiken.

Met de privacybescherming van het SIS is het treurig gesteld. Het Verdrag van Schengen gaat er van uit dat alle ondertekenaars privacy-wetgeving hebben, maar geeft geen voorwaarden waaraan die moet voldoen. Schengen is geen EG- verdrag, dat sluit de mogelijkheid van een beroep op het Europese Hof van Justitie uit; om dezelfde reden vallen afspraken over politiesamenwerking buiten de jurisdictie van de EG-richtlijn voor Privacy. Bovendien ontbreekt een internationale klachtenprocedure.
Ondanks alle bezwaren dient het SIS als basis voor het uitgebreide Europees Informatie Systeem. De Raad van Europa wil haast maken met de oprichten van het EIS, als voorwaarde voor het Europa zonder binnengrenzen. Kort na de top van Maastricht besloot de Raad dat er zo snel mogelijk een 'single information system' moet komen en "that the system should be devised swiftly, taking a pragmatic approach." Niet zeuren en opschieten is het devies. Uit een vertrouwelijk rapport van afgelopen zomer blijkt dat één van de grootste problemen de verhouding tussen het SIS en het nieuwe systeem is. Hoe dat opgelost moet worden blijft vaag geformuleerd: "It will, in fact be impossible for the Horizontal Group to make progress with the development of a text until a working agreement is established on the essential features of the juridical character of the instrument." Als dat niet snel gebeurt, komt de voortgang en de rapportage aan de komende top in Edinburgh ernstig in gevaar. Daarom pleit de Horizontale Groep van de Raad van Europa voor een "agreement" als basis voor het EIS. Een overeenkomst ondertekend door alle Lidstaten, "on the broad lines of the Dublin Convention and the draft External Frontiers Convention." Of er met 'overeenkomst' misschien een EG-Richtlijn of een Verordening bedoeld kan zijn blijft volstrekt onduidelijk. Ook de status van deze vertrouwelijke nota van de voorzitter van de Raad van Europa is mistig.
Deze hele gang van zaken is tekenend voor de manier waarop besluiten over belangrijke vernieuwingen genomen worden.

Een andere open vraag blijft de verhouding tussen het EIS en Europol. In Maastricht is besloten om met de oprichting - ook al weer - zo snel mogelijk te beginnen. Uit het Verdrag is echter niet op te maken hoe Europol eruit zal zien. Een centrum voor uitwisseling van ervaring en informatie tussen de Lidstaten? Of een gecentraliseerd Europees apparaat met eigen executive bevoegdheden?

"We kunnen internationale criminelen geen groter plezier doen dan ons in de strijd tegen de georganiseerde misdaad te beperken tot de Lidstaten van de Europese gemeenschap. Ik ben niet van plan om dat zomaar te accepteren."
Met deze hartekreet eindigt Euro-socialist Stoffelen een rapportage aan het Europese Parlement over gegevensbescherming in de politiesector.
Het vreemde is dat deze rapportage eigenlijk over privacy bescherming gaat, een heel ander onderwerp.
Stoffelen stelt vast dat pogingen om binnen het Verdrag van Schengen te komen tot een adequaat gemeenschappelijk privacy- reglement tot op heden niet echt succesvol waren. Hij doet het Europees Parlement een aantal aanbevelingen voor de omgang met persoonsgegevens, waar ook het SIS aan zou moeten voldoen. De Raad van Ministers zou via een Conventie moeten zorgen dat de Lidstaten zich houden aan een aantal zeer elementaire privacy regels: Opgeslagen gegevens moeten relevant en up-to-date zijn en ze moeten gecheckt worden. Burgers zouden het recht moeten hebben om te weten dat ze in het bestand opgenomen zijn en bovendien toegang moeten hebben om die informatie zo nodig te rectificeren of te laten verwijderen. Mensen die de toegang tot gegevens geweigerd wordt, zouden het recht moeten hebben daartegen in beroep te gaan bij een onafhankelijke instantie die wel volledig zicht heeft op de materie en een goede afweging kan maken. En er zou een onafhankelijke autoriteit moeten toezien op de naleving van deze principes.
Meer dan de helft van het rapport bestaat echter uit een vurig pleidooi voor een verdere uitbreiding van politie-samenwerking. Ondanks alle kritiek op de onoverzichtelijke veelheid van initiatieven zonder wettelijke basis, vindt Stoffelen dat informele contacten tussen verantwoordelijke autoriteiten geïntensiveerd moeten worden.
Hij geeft een overzicht van verstrekkende voorstellen ter bestrijding van de oprukkende georganiseerde misdaad. Zoals het plan van het duitse Bundes Kriminal Ambt voor flexibele, speciale teams in heel Europa tegen zware criminaliteit. Met goed opgeleid personeel en een adequate technische uitrusting. Het BKA wil ook vaker pro-aktief gaan werken, meer preventief undercoverwerk doen bijvoorbeeld. De Duitsers zouden bovendien graag een Europees informatienetwerk zien dat zich niet alleen bezighoudt met de uitwisseling van 'harde' en objectieve gegevens, maar ook met 'zachte' informatie en politieke inlichtingen.
Doordat Stoffelen deze voorstellen met zoveel enthousiasme aanhaalt in een rapportage aan het Europese Parlement, neigen ze te verworden tot aanbevelingen. Zo kunnen radicale plannen, hier en daar als proefballonnetje opgelaten, steeds opnieuw geciteerd, tot ongekende hoogte stijgen. Nadat iedereen het jarenlang over de (on)mogelijkheid van Europese politie had gehad, lag er in Maastricht toch vrij onverwacht een daadwerkelijk besluit. Nog voordat Europol verder is vastgelegd, circuleren al weer plannen voor méér.
Van Outrive zei het al: "Vaak is de 'voorbereiding van de uitvoering' al in volle gang, nog voor de ratificatie: gebouwen worden ingericht, personeel aangenomen en de financiering in orde gemaakt. Achteraf is dat bijna niet meer terug te draaien."


Overzicht Internationale politiesamenwerking. Internationale instuten en adviesorganen 1. G 15 - Groep van 15 gečndustrialiseerde landen Opgericht: juli 1989, Top van Parijs Deelnemers: West Duitsland, AustraliČ, Oostenrijk, BelgiČ, Canada, Spanje, de Verenigde Staten, Frankrijk, ItaliČ, Japen, Luxemburg, Nederland, Engeland, Zweden en Zwitserland. Uitgebreid met: Hong Kong, Nieuw Zeeland, de Golfstaten (deden maar een keer mee), Denemarken, Griekenland en Portugal. Doel: het stoppen van witwassen van drugsgelden. Werkgroepen: 1. inventarisatie van drugsvangsten en verschil- lende manieren van witwassen. 2. internationale juridische samenwerking in verband met bewijslast en straffen. 3. finan- ciČle en administratieve wetgeving. Resultaat: 3 rapporten en een vervolgonderzoek Tegelijkertijd: EG verdrag op witwassen van drugsgelden, nov. 1990 2. Het Basel Committee Opgericht: Deelnemers: autoriteiten die toezichthouden op de banken van de tien rijkste landen. Doel: het opzetten van ethische richtlijnen en voorwaarden ter identificatie van klanten, rekening- en safe-houders. Resultaat: De Belgische bankcommissie heeft een voorstel rondgestuurd om misbruik van banken te voorkomen. Bedoeling is dat deze declaratie bindend wordt voor alle financiČle insti- tuten. Europese instituten en organen Raad van Europa 3. ECCP/SCCP European Committee on Crime Problems/Steering Committee for Crime Problems Opgericht: door de Raad van Ministers in 1957 Deelnemers: experts van officials van de verschillende natio- nale organen, Justitie, gevangeniswezen en Openbaar Ministe- rie. Doel: het stimuleren van internationale samenwerking in het voorkomen en bestrijden van criminaliteit en de behandeling van wetsovertreders. Komen tot harmonisatie van wetgeving en het stimuleren van een kritische aanpak door het uitwisselen van informatie. Resultaat: een hele serie van aanbevelingen aangenomen door het Committee van Ministers. 4. het Pompidou-overleg Groep voor samenwerking tegen het gebruik van en de handel in verdovende middelen. Opgericht: 1971, opgenomen door de Raad van Europa in 1980. Deelnemers: EG-lidstaten, Zweden, Zwitserland, Noorwegen, Turkije, Finland, Oostenrijk, Malta, JoegoslaviČ en Polen. Op grond van een onofficiČle overeenkomst doet sinds 1983 de EG Commissie ook mee, status is niet duidelijk Doel: een multi-diciplinaire aanpak van het probleem, een combinatie vanuit gezondheidszorg en repressie Resultaat: IdeeČnuitwisseling op de halfjaarlijkse bijeenkom- sten in Strassbourg. De EG Commissie en Raad 5. De Rhodes groep Groep van nationale coĒrdinatoren * Opgericht: op de Europese top op Rhodes, 2-3 december 1988 Deelnemers: een 'senior official' uit iedere lidstaat plus een voorzitter. Ieder land benoemd een coĒrdinator, zij ontmoeten elkaar iedere maand. * Doel: het ondersteunen van intergouvernementele samenwerking op het gebied van de toegenomen bewegingsvrijheid van burgers. Door maandelijkse vergaderingen op nationaal niveau met de betrokken ministeries. Elke zes maanden rapporteren de coĒrdi- natoren over de aktiviteiten van de groepen die zij begelei- den: De Raad van de EC, TREVI, Ad Hoc Groep Migratie, de werkgroep juridische samenwerking criminele zaken. * Resultaat: het Palma-document, 1989 met een lijst van maat- regelen, prioriteit ligt bij actie tegen terrorisme, interna- tionale misdaad, drugshandel en andere illegale handel. Nadruk op betere internationale samenwerking van justitie en politie. Belangrijkste idee is een sterker systeem voor de uitwisseling van informatie. 6. UCLAF Unit for the Coordination of Fraud Prevention * Opgericht: in 1989 door het algemene secratariaat van de Commissie. * Deelnemers: Commissie-leden en gespecialiseerde politiemen- sen uit de lidstaten * Doel: heeft coĒrdinerende rol en concentreert zich uitslui- tend op het stoppen van EG fraude. Onofficieel coĒrdinatiecen- trum. DAF, Documentation Anti-Fraud, was in maart 1992 nog in ont- wikkeling. 7. MAG en MAG 92 Mutual Assistance Group * Opgericht: 1967 onder de Napels Conventie * Deelnemers: douane-beambten van de Lidstaten aangevuld met de Europese Commissie * Doel: het stimuleren van administratieve samenwerking in de strijd tegen de drugs. * Resultaat: verbetering van samenwerking en informatie-uit- wisseling tussen politie en douane. Trainingsprogramma's. SCENT, Systems Customs Enforcement Network, database waarop 8 landen zijn aangesloten, maar is niet echt efficiČnt. 8. Europese politieke samenwerking * Opgericht: Londen 20 oktober 1986 * Deelnemers: raadgevend framework voor de ministers van Justitie en binnenlandse zaken. * Doel: illegale migratie en bestrijden van meest drugsrelated crime. * Juridische groep van de 12 ministers vergadert 3 keer per jaar om tot overeenkomsten over uitwijzing en overdragen van vervolging en ten uitvoerlegging van straffen te bespreken. * Ad Hoc groep drugsverslaving vergadert sinds 1986 een keer per jaar. Groep van experts die activiteiten rond drugs en gezondheid coĒrdineert. 9. TREVI Terrorism, Radicalism, Extremism, International violence * Opgericht: als werkgroep tijdens de Raad van Ministers in Rome, 1975. * Deelnemers: ministers van justitie en binnenlandse zaken. Staat buiten de EG strukturen,er is geen controle, alhoewel de Commissie recentelijk is toegelaten als waarnemer. Uitgebreid met 'de vrienden van TREVI': Oostenrijk, Marokko, Noorwegen, Zweden, de Verenigde Staten en Canada. * Doel: algemene taak het bevorderen van samenwerking op gebied van veiligheid, onderverdeeld in de volgende groepen: TREVI 1: (1976) terrorisme TREVI 2: (1976) politie opleiding en technologie TREVI 3: (1985) georganiseerde misdaad en serieuze verstorin- gen van de openbare orde (met Interpol als observer) Binnen deze werkgriep is besloten een niet-uitvoerend orgaan in het leven te roepen voor de uitwisseling van informatie over strijd tegen drugs: de European Drugs Intelligence Unit (EDU). De EDU is nu de eerste fase in de opzet van Europol. TREVI 4: veiligheid van nucleaire transporten en andere ge- vaarlijke stoffen tegen rampen en ongelukken TREVI 92 bekijkt de consequenties van het verdwijnen van de binnengrenzen voor de politie. Zij houden zich ook bezig met het Europees Informatie Systeem (EIS). De Ad Hoc Europol groep bekijkt de doelen, ontwikkeling, vestiging en toekomstige aktiviteiten van Europol. De konferentie van ministers vindt tweemaal per jaar plaats en heeft een aktieprogramma geproduceerd over het versterken van de politiesamenwerking en de strijd tegen terrorism en andere vormen van georganiseerde misdaad. 10. Ad Hoc Immigratiegroep * Opgericht: oktober 1986 door de ministers verantwoordelijk voor vreemdelingen en immigratie. * Deelnemers: de 12 ministers, in drie sub-groepen: asylwetge- ving, vervalsing van documenten en controle aan de buitengren- zen. Soms in samenwerking met TREVI-werkgroepen hetgeen niet zonder moeilijkheden was. * Doel: * Resultaat: 11. Eurean Committee to Combat Drugs (CELAD) * Opgericht: 1989 top in Strasbourg op initiatief van Mitterand. * Deelnemers: de lidstaten * Doel: coordineren van akties tegen drugs * Resultaat: Europees voorstel voor drugsbestrijding 12. Vier duitse initiatieven tegen drugs: - StĄndige Arbeitsgruppe Rauschgift (STAR): Duitsland,, Frank- rijk, Nederland, Luxemburg, Denemarken, Oostenrijk en Zwitser- land. - Arbeitsgruppe SĀdwest deed in 1984 Transalpino oefening met Frankrijk, ItaliČ, Oostenrijk, Zwitserland en Duitsland, maar ook met specialisten van Interpol en de DEA. - Arbeitsgruppe Nord: noordelijke deelstaten, Berlijn, Neder- land, Zwitserland, Denemarken, Zweden Noorwegen en Finland. - Arbeitsgruppe Sudost, zuid Duitsland, Oostenrijk, Bulgarije, Hongarije, RoemeniČ, YoegoslaviČ en Canada. - Nederlands-Duitse werkgroep. 13. Vienna groep en de Bern groep * Opgericht: 1978 op initiatief van de ministers van binnen- landse zaken van * Deelnemers: Duitsland, ItaliČ, Oosterijk, Zwitserland en Frankrijk. * Doel: Vienna: terrorisme-bestrijding, Bern-groep: informa- tieuitwisseling over spionage en terreurbestrijding. Internationale verdragen over politie samenwerking. =================================================== A. Multilaterale verdragen 1. het Benelux verdrag Belangrijkste verdrag in verband met politie samenwerking uit 1962 over de uitwisseling en juridische in criminele zaken. Verder van beleng is het protocol over de afschaffing van grenscontrole in de Benelux. Eerste regeling voor grensover- schrijdende aktiviteiten van politie. 2. Het akkoord van Schengen Samenwerkingsverdrag tussen de Benelux, Frankrijk en Duitsland voor de geleidelijke afschaffing van de binnengrenzen. De afgelopen jaren uitgebreid met ItaliČ, Spanje en Portugal. Griekenland heeft toeschouwerstatus. Belanrijkste werkgroepen houden zich bezig met politie en veiligheid onderverdeeld in drugs, wapens en munit, illegale immigratie en de uitwisseling van informatie. Die laatste groep is weer onderverdeeld in grensoverschrijdende observatie en vervolging, telecommunicatie, juridische samenwerking, het SIS en privacybescherming. Het verdrag van Schengen is in het diepste geheim tot stand gekomen. De democratische controle was onmogelijk, de nationa- le parlementen kregen slechts de keuze ratificeren -of niet. 3. Dublin verdrag Een van de activiteiten van de Ad Hoc groep Immigratie was de top van mnisters die verantwoordelijk voor vreemdelingen en immigratie in Dublin, 15 juni 1990. Belangrijkste onderwerpen die daar besproken zijn waren gemeenschappelijke politiek op gebied van immigratie, politiek asiel en visa-kwesties. In de diskussie kwam ook het iedde op voor een gemeenschappelijk informatiesysteem met de gegevens van illegalen. Is nu al bijna aktief onder de naam Eurasyl. Van deze groep lekte in oktober een ontwerp uit voor verregaande restricties voor het asielbeleid. 4. Overeenkomst externe grenzen overschrijding Binnen de Ad Hoc Immigratie groep is ook een overeenkomst opgesteld over het overschrijden van buitengrenzen. Het voor- ziet ook in een computersysteem voor de uitwisseling van gegevens. Het zou geregeld worden in een speciale overeenkomst tussen de betrokken Lidstaten, de uitvoering ervan wordt geblokkeerd door een konflikt tussen Engeland en Spanje over de grensbewaking op Gibraltar. 5. Bilaterale overeenkomsten Er is grote hoeveelhed bilaterale verdragen over samenwerking van politie in grensgebieden en het lokaal grensverkeer. Deze verdragen zijn meestel beperkt tot operationeel en uitvoerend niveau. Samenwerking op gebied van van uitwisseling en infor- matie en grensoverschrijdende observatie biedt nauwelijks of geen garantie voor de wettelijke bescherming van burgers. Beperkingen worden alleen opgelegd op grond van bestaande privacy wetgeving, bijvoorbeeld in Nederland en Frankrijk. Politiesamenwerking in verenigingen en adviserende structuren. 1. NEBEDEACPOL Werkgroep van de Belgische, Nederlandse en Duitse politiechefs in het grensgebied rond Aken. Een informeel jaarlijks overleg, sinds 1979 vastgelegd in een vereniging. Doel: verbeterde samenwerking in de regio, uitwis- seling van ervaring om te komen tot oplossing van gezamelijke problemen, strukturele informatieuitwisseling, stage-projekten voor politiemensen bij buurlanden, zoveel mogelijk wederzijdse steunverlening, voor zover juridisch mogelijk. Dit overleg heeft geleid tot een groei aan de uitwisseling van materiaal, processen verbaal, conferenties en cursussen. 2. Politie Werkgroep. Sinds 1979 hebben hoge politiemensen uit Duitsland, BelgiČ, Frankrijk, Nederland, Ierland, Luxemburg, Denemarken, Spanje, ItaliČ en Griekenland informale contact-ontmoetingen. Doel is operationele informatie uitwisselen over terrorisme en geweldadige criminaliteit. Met als enig doel informatievoor- ziening van de betrokken politiemacht. Er is ook een alternatief netwerk van liaison-bureaus opgezet. In BelgiČ wordt dit gedaan door de samengestelde anti-terro- rismeteam. Bovendien zijn er direkte faxlijnen voor het reali- seren van snel contact. 3. Interpol Bestaat sinds 1923, leden zijn niet staten maar, in 1991, politiekorpsen van 154 landen. Interpol mag zich niet bezig- houden met opsporing van politieke, religieuze, raciale of militaire aard. Sinds 1971 is Interpol erkend als een orgaan onder de internationale wet. Doel is uitwisseling van informatie over alle vormen van criminaliteit en liaison officiers. Interpol heeft geen bevoegdheden zich bezig te houden met de harmonsatie op het gebied van de strijd tegen de georganiseerde kriminaliteit. De voortgang van inititiatieven voor overleg over Europese samen- werking met Interpol vorderen slechts moeizaam. Prolematisch is vooral de verhouding tussen Interpol en de rol de TREVI en Europol gaan spelen als Europese politiemacht. Dit overzicht is gebaseerd op het 'Working Document on Police cooperation' door Lode van Outrive gemaakt voor de Commissie Burgerrechten en binnenlandse zaken (**vertaling checken: Committee on Civil Liberties and Internal Affairs), maart 1992.
Evel