Liefdewerk, oud papier

Spionage in de Derde-Wereldbeweging

Gepubliceerd in Onze Wereld, juli/augustus 1994


Jarenlang werd het oud papier van een aantal Derde- Wereldorganisaties - zonder hun medeweten - afgeleverd bij het bedrijf Algemene Beveiligings Consultancy (ABC) te Vinkeveen. Daar werd de strategisch belangrijke informatie uit de zakken gevist en doorgespeeld aan het bedrijfsleven. Krijgt de solidariteitsbeweging in Nederland haar eigen Watergate?

De waarmemersdelegatie van de Parlementariërs tegen Apartheid (Awepa), die de verkiezingen in Zuid Afrika ging volgen, werd onlangs door De Telegraaf valselijk beschuldigd van misbruik van subsidies. Blijkens een hetze-achtig artikel beschikt het ochtendblad over correspondentie tussen Awepa-president Jan Nico Scholten en Livi, directeur van de afdeling Ontwikkelingssamenwerking van de Europese Unie.
Hoe kon die briefwisseling in handen van de verslaggever terechtkomen?

Nog een club merkte tot haar grote verbazing dat privé-documenten elders opdoken: Wemos. De Werkgroep Medische Ontwikkelingssamenwerking ontdekte dat het bedrijf Nutricia in het bezit was van een subsidieverzoek van de werkgroep aan de Europese Commissie. Wemos houdt zich bezig met voorlichting over farmaceutische bedrijven en agressieve verkoopmethodes van babyvoeding in Derde-Wereldlanden. Bij de afdeling Ontwikkelingssamenwerking van de Europese Commissie had Wemos geld aangevraagd voor voorlichting en lobbywerk.
Jaap Kemkes van Wemos: 'Bij een gesprek met de babyvoedingsindustrie probeerden wij duidelijk te maken dat het niet onze bedoeling was een bepaald bedrijf aan de paal te nagelen. De vertegenwoordigers van de industrie legden toen als troef het concept van dat subsidieverzoek op tafel. Daaruit moest blijken dat wij ons wel degelijk bezighielden met company campaigning.'
Het concept van de aanvraag, voorjaar 1993 opgesteld door een Engelse zusterorganisatie, was voor commentaar gefaxt naar Wemos en naar Duitse collega's. Meer exemplaren waren niet in omloop en geen van de betrokkenen had er belang bij iets te laten uitlekken. Toch was het concept al na anderhalve maand in handen van de industrie. Jaap Kemkes: 'We hebben lang gezocht naar de oorzaak van dit informatielek. We sloten niet uit dat de fax was afgetapt. Een sluitende verklaring vonden we niet. Sindsdien houden we er rekening mee dat alles wat de deur uitgaat in principe overal terecht kan komen.'

Geïrriteerd

Aan één ding hadden ze niet gedacht bij Wemos. Dat was het oud papier.
Al toen de Werkgroep gevestigd was in Archipel, het kantoorgebouw voor actiegroepen aan de Minahassastraat in Amsterdam, werd het oud papier opgehaald door een zekere Paul P. O.
Hij kwam echter zeer onregelmatig. De beheerder, Peter Vroonhof, raakte geïrriteerd omdat Paul P. O. niet te bereiken was als het papier begon uit te puilen. Vroonhof. 'Hij gaf me ooit een stenciltje over ophaaldagen ten bate van een school. Het telefoonnummer dat daarop stond klopte niet en het lukte me ook niet hem elders te pakken te krijgen.' Vreemd was ook dat Paul P.O. stapels overgebleven brochures en onverkochte boeken liet staan.
Het nieuwe kantoor van Wemos bezoekt de oud-papierman zeker eens in de twee weken, soms vaker. Hij drinkt een kopje koffie, maakt een praatje met de documentalist en vertrekt weer met dozen vol foute fotokopieën en afgekeurde uitdraaien. Wie is deze Paul P.O.? Wat doet hij met oud papier in een tijd dat op iedere straathoek een container staat omdat de papierprijs zo gedaald is?

Paul P.O. begint zijn carrière zo'n acht jaar geleden als vrijwilliger bij het Oecumenisch Studie- en Actie Centrum Osaci, (nu Oikos). Hij werkt zich op tot hoofd-documentalist voor een halve dag per week. Met Osaci als basis breidt hij zijn netwerk uit. Hij doet zich voor als onderzoeker met een interessegebied dat varieert van bedrijven met belangen in Zuid-Afrika, extreem rechts met dito banden, tot multinationals in het algemeen. Zijn persoonlijke hobby is naar believen de Brenninkmeijers, de Fenteners, Unilever of Van Leer, maar veel informatie levert hij nooit.

Via een oproep van het Schone Kleren Overleg komt hij eind 1990 een dag per week op de Minahassastraat te werken. Net als bij Osaci is hij hier de architect van het archiefprogramma en houdt hij zich voornamelijk bezig met documentatie. Bij de vergaderingen over illegale naaiateliers en lage-lonenlanden op het kantoor van het Bangladesh People's Solidarity Centre leert hij de andere deelnemers aan het Overleg kennen. Via hen krijgt hij het voor elkaar oud papier te mogen ophalen bij onderzoeksorganisaties die zich bezighouden met het internationale bedrijfsleven zoals Somo, Transnational Institute, Transnationals Information Exchange (TIE) en enige andere Derde- Wereldorganisaties.
Ook Kairos (Christenen tegen Apartheid) en Pax Christi in Utrecht, en de fondsorganisatie X min Y behoren tot zijn klantenkring. Zijn ware identiteit blijft al die jaren echter onduidelijk.

Milieu

Had eerst Zuid-Afrika zijn interesse, tegenwoordig toont Paul P.O. bijzonder veel belangstelling voor milieuzaken. De afgelopen maanden probeerde hij -zonder succes overigens - een campagneleider van Greenpeace, die hij nog kent via Kairos, te verleiden tot een lunchafspraak. Greenpeace startte onlangs de nieuwe campagne tegen de chloorindustrie met acties tegen Akzo- chemie.
Paul P.O. is een professional. Via het oud papier is hij veel meer te weten gekomen dan door diepte-infiltratie ooit gelukt zou zijn. Toch heeft hij ook op dat gebied zijn strepen verdiend.
Hij wist zich van bovenaf te parachuteren bij het Shipping Research Buro, waar geen journalist of actievoerder ooit rechtstreeks op bezoek kon gaan. Vanwege het gevoelige onderzoek naar illegale olietransporten naar Zuid-Afrika bleef de locatie van het kantoor met de grootste geheimhouding omkleed. Niet voor Paul P.O. Via contacten in het bestuur en op voorspraak van Osaci viel hij daar begin 1989 in vanwege een zwangerschapsverlof. Als hij naar het toilet ging grapten de andere medewerkers dat hij bandjes ging inspreken. Ondanks het feit dat Paul P.O. altijd in prullenbakken liep te neuzen mocht hij een half jaar blijven.

Gevoelige lading

Wie is deze jongen, die nooit alleen komt, maar zich laat rijden door een oude man in een heel klein autootje met nauwelijks laadruimte? Waar gaat dat heen met al die papieren informatie?
Uit onderzoek blijkt dat de ladingen niet direct naar het gymlokaal van het Augustinuscollege gaan, maar rechtstreeks naar Vinkeveen. Op dat adres zit achter een hoge muur, videocamera's en een hek met ijzeren punten het bedrijf Algemene Beveiligings Consultancy (ABC). Een bedrijf dat zich volgens de statuten bezighoudt met 'recherchewerkzaamheden op strafrechtelijk en privaatrechtelijk gebied voor bedrijfsleven en overheden'. Een bedrijf dat niet beschikt over na te trekken referenties: 'Wij praten niet over onze klanten.'

ABC is opgericht in 1986, de tijd van de Rara-aanslagen en de Shell-acties. Nederlandse bedrijven met belangen in Zuid-Afrika wilden weten wat hen te wachten stond. Het aanbieden van interne informatie of risico-analyses op basis daarvan blijkt een gat in de markt. In de Verenigde Staten begint voormalig Nestlé-directeur Rafael Pagan een adviesbureau speciaal om bezigheden van actiegroepen in kaart te brengen. In de tien jaar dat hij zich bezighield met de boycot tegen Nestlé babymelkpoeder bouwde Pagan een uitgebreid bestand op van groepen met invloed op bedrijven. Uit het Neptunus-rapport, een strategieplan tegen de internationale Shell-boycot, blijkt dat Pagan ook in Europa iemand als journalist bij de anti-apartheidsbeweging informatie liet verzamelen. Pagan International staat volgens NRC Handelsblad (24-12-86) 'bekend als een soort mini-CIA en werkt via een lobby- en informatiesysteem van diskrediteren en stigmatiseren van tegenstanders.'

Veiligheidsadviseur

De directeur van ABC in Vinkeveen is geen onbekende. Begin jaren tachtig was hij, als eigenaar van de bewakingsdienst Siebelt BV in de Amsterdamse Bijlmer, een veel geciteerd 'bekend veiligheidsadviseur'. Discretie was toen nog niet zo essentieel. Interviews uit de begintijd van ABC laten weinig aan duidelijkheid te wensen over.
Tegen Het Parool zei Siebelt in 1986: 'Je hebt natuurlijk organisaties die door beleggingen in en contacten met bepaalde landen in de belangstelling staan van terroristische groepen. (..) Het kan ook zijn dat een bedrijf ten onrechte denkt geen risico te lopen, maar intussen staan ze er niet bij stil dat ze geld hebben gečnvesteerd in een omstreden project in Zuid-Afrika of Israël, om maar iets te noemen. Dan staan ze opeens wèl op een lijst. Ik denk dat bedrijven zich daarvan steeds meer bewust moeten zijn en in het uiterste geval zal zo'n investering ongedaan moeten worden'.
Siebelt waarschuwt een half jaar later in een artikel over bedrijfsspionage in Het Parool voor kopietjes die in de prullenbak terechtkomen. Hij komt met het verhaal van 'mensen, soms zelfs de directeur, die 's avonds in de containerbak van de concurrent kruipen om gegevens te pakken te krijgen'.
Bij ABC blijkt Paul P.O. te werken. Toen hij bij Oikos onlangs werd aangesproken op zijn toch wel zeer onregelmatige aanwezigheid, stelde Paul P.O. prompt voor twee andere medewerkers van ABC als vrijwilliger aan te nemen.

Achteraf bezien gelooft ook Jaap Kemkes van Wemos dat Paul P.O. de sleutel tot het 'subsidie-raadsel' is: 'Iedere fax die hier binnenkomt wordt gekopieerd op normaal papier, het origineel gaat bij het oud papier. Dat is ook gebeurd met het subsidievoorstel dat Nutricia bleek te hebben.'
Een medewerker van het Transnational Institute wijst op het gevaar dat informatie in het buitenland terechtkomt. 'Dan zijn de gevolgen niet te overzien. Organisaties waarmee TNI werkt hebben in eigen land vaak veel last van de geheime dienst. Ze moeten er van uit kunnen gaan dat de samenwerking veilig is.' Bij Pax Christi bestaat het interessante materiaal vooral uit informatie over derden die daar over tafel gaat.
De Parlementariërs tegen Apartheid realiseerden zich al bij de eerste geruchten over het oud papier dat ze de duivel zelf in huis hadden gehaald. Jan Nico Scholten is al jaren een gewild slachtoffer van haatcampagnes in de rechtse pers. Dat hij het basismateriaal daarvoor al die tijd zelf lijkt te hebben aangeleverd gaf een grote schok. Er kwam een papierversnipperaar en een nieuw sleutelbeleid.

De slachtoffers beraden zich over juridische stappen tegen de man van het oud papier en zijn opdrachtgever.


Evel