Gedeeld gedachtengoed

Fragmenten uit het proces-verbaal tegen Opstand

Gepubliceerd in Vrij Nederland, 8 april 1995


"Zet je fiets maar vast, je gaat met ons mee". Met deze woorden werd Jan Müter dinsdagochtend 28 maart van de straat geplukt door rechercheurs van het RaRa-opsporingsteam. Zijn collega Hans Krikke onderging op weg naar zijn werk hetzelfde lot. Precies een half jaar na de huiszoekingen bij bestuursleden van de stichting Opstand en op het kantoor van het journalistenkollektief werden de twee medewerkers gearresteerd. Verdacht van betrokkenheid bij de RaRa-aanslag op de Dienst Inspectie Arbeidsverhoudingen (DIA) van het ministerie van Sociale Zaken op 1 juli 1993. Persofficier N. Zandbergen haastte zich daar aan toe te voegen, dat dat niet automatisch betekent dat de journalisten verdacht worden van het plaatsen van de bom.

De grote vraag blijft waar de betrokkenheid van Opstand dan wel uit bestaat. Bij de huiszoekingen september vorig jaar kregen de journalisten de verzekering dat ze zelf niet onder verdenking stonden. In november hoorde het tweetal dat ze alsnog als verdachten werden aangemerkt, maar 'om tactische redenen' niet werden gearresteerd. Stukken waaruit deze verdachtmakingen moesten blijken kregen de advocaten niet. De dossiers bevatten volgens justitie gevoelige informatie die in dit stadium van het onderzoek niet op straat mocht komen te liggen. Ook de rechtbank van Den Haag liet zich in verschillende door de advocaten aangespannen procedures niet vermurwen: het was niet in het belang van het onderzoek om stukken te verstrekken.

Na de arrestatie van Krikke en Müter eind maart kregen de advocaten eindelijk beschikking over een deel van het dossier. Welgeteld vijfentwintig velletjes politierapport, aangevuld met kopiČn van door Opstand geschreven stukken, pakketten claimbrieven van de RaRa en andere artikelen uit de pers.
"Dit is natuurlijk maar een fractie van het werkelijke dossier" zegt Ties Prakken, een van de advocaten. "Uit wat er nu is vrijgegeven is goed af te leiden hoe de verdenkingen tegen mijn cliČnten tot stand is gekomen. De inhoud van de stukken bevestigt mijn vermoedens: de politie heeft geen enkel bewijs tegen Opstand. In plaats daarvan wordt op een insinuerende manier materiaal gepresenteerd dat in een bepaalde richting moet wijzen."

Het belangrijkste motief voor de huiszoekingen in september was volgens de politie de overeenkomst tussen RaRa en de Stichting Opstand in doelstelling en ideologie. Een politierappport opgemaakt aan de vooravond van de huiszoeking noemt de volgende overeenkomsten. "Vanaf 1990 voert RaRa het opkomen voor de belangen van asielzoekers, vluchtelingen, vreemdelingen en illegale arbeiders aan asl motief voor de door haar gepleegde misdrijven." Van Opstand is bekend dat zij zich heeft opgeworpen als spreekbuis voor belangengroepen van illegale werknemers. Voor de bomaanslag op Kosto schreef Opstand bovendien een aantal stukken, onder andere in Hervormd Nederland, over de positie van illegale werknemers in Nederland. Met aandacht voor de rol van de toenmalige staatssecretaris en de rol van de DIA in het opsporingsbeleid. "Er zijn geen soortgelijke publikaties bekend, die dateren van na de aanslag."
Voorts noemt agent 001-01 in zijn rapport van 23 september een aantal opvallende details, die het voor hem aannemelijk maken, dat er van verwevenheid tussen RaRa en de stichting Opstand sprake kan zijn, danwel is.

Belangrijk bewijsmateriaal is het artikel 'De tentakels van de RaRa' uit de Telegraaf van 24 juli 1993. Dit verhaal knoopt een groot aantal linkse organisaties aan elkaar en suggereert zo een directe lijn tussen de RAF en de RaRa. Uit het Telegraaf-artikel blijkt dat Hans Krikke een van de organisatoren is geweest van de pro-RaRa-manifestatie aan de vooravond van het proces tegen RaRa-verdachte René R. in 1988.
Bovendien zou Krikke gezegd hebben dat hij het gebruik van bomaanslagen niet uitsluit. De tweede helft van het citaat uit de krant, "in tijden van behoorlijke onderdrukking zoals tijdens de Tweede Wereldoorlog het geval was" blijft het politierapport onvermeld.

Het politierapport stelt vast dat er contacten zijn geweest tussen ambtenaren van de DIA en de stichting Opstand, over de leef- en werkomstandigheden van illegale arbeiders in de glastuinbouw en textielindustrie in Nederland. Gerefereerd wordt aan een brief uit mei 1993 waarin Jan Müter een interview aanvraagt met de DIA.
Ook blijkt Hans Krikke wel eens gebruikt te maken van de telefoon van het radicale maandblad Konfrontatie. Omdat dit blad in het verleden persverklaringen van de RaRa afdrukte werd de redactie sinds december 1993 afgeluisterd. "Uit de inhoud van deze gesprekken bleek dat hij contacten onderhield met aan KONFRONTATIE gelieerde personen en dat genoemde KRIKKE mogelijk werkzaamheden heeft verricht ten behoeve van KONFRONTATIE."
Verder voert de politie een anonieme brief op waarin wordt vermeld dat Jan Müter verjaardagen zou hebben bezocht waarin geld werd ingezameld voor RaRa.
Tot slot heeft de politie het telefoonnummer van Hans Krikke teruggevonden in de agenda van twee leden van de 'Koerdische afscheidingsbeweging Dev Sol'. (De politie haalt hier de Koerdische PKK en de Turkse revolutionaire beweging Dev Sol door elkaar). Bij een huiszoeking in het onderzoek naar afpersingspraktijken werd schriftelijke informatie aangetroffen over het vervaardigen van bommen.

Het moment van de huiszoekingen werd bepaald door een ongeluk.
Eind september 1994 kwam een van de bestuursleden van Opstand te overlijden bij een verkeersongeval. Om te voorkomen dat sporen vernietigd zouden worden, moesten de huiszoekingen zo snel mogelijk daarna plaatsvinden. Uit het nu vrijgegeven dossier blijkt dat de politie met name op zoek was naar een oude type schrijfmachine waarop de originele claimbrief geschreven was, en naar rode vezelsporen op de etiketten van de enveloppen waarmee de claimbrieven waren verstuurd.

Ties Prakken, een van de advocaten van Opstand, vindt de gronden waarop is overgegaan tot huiszoeking erg mager.
Prakken: "Dit dossier bevat geen feitelijk bewijsmateriaal, zelfs geen gerichte verdenking. Wel is uit het rapport voorafgaand aan de huiszoeking af te leiden dat de aandacht vanaf dat moment was gevestigd op Hans Krikke en Jan Müter. Het is mij een raadsel waarom justitie dat zo lang ontkend heeft."
Officieel werden Krikke en Müter pas in november als verdachten aangewezen. Omdat na de huiszoekingen een aantal nieuwe feiten en omstandigheden aan het licht zijn gekomen. Een politierapport van 10 november 1994 somt op wat het opsporingsonderzoek sindsdien heeft opgeleverd.
Verwijzingen naar vezelssporen en verdachte tiepmachines staan er niet in het rapport. De bulk van het bewijs blijkt te bestaan uit verslagen van afgeluisterde telefoongesprekken, aangevuld met een onderzoek naar de inbeslaggenomen computerbestanden.
Als klapstuk presenteert het Haagse politieteam een foto opgedoken uit de oude RaRa-dossiers. De technische recherche fotografeerde bij huiszoekingen in 1988 de kamers van de toenmalige verdachten. Op een van die foto's is een stapel documenten te zien, met bovenop een brochure geschreven door Opstand, getiteld: Onderzoek naar armoede, verzet tegen krisispolitie. (Dit moet zijn 'krisispolitiek', agent 001-01 vergat bij het overtypen per abuis de laatste letter van het woord).
De foto werd gemaakt in het huis waar René R. destijds officieel stond ingeschreven. Dat in de buurt van de enige RaRa-verdachte ooit veroordeeld een brochure van Opstand is gesignaleerd, maakt de huidige medewerkers met terugwerkende kracht verdacht.
Een van de afgeluisterde telefoongesprekken leerde het opsporingsteam dat Hans Krikke op de dag van de aanslag op Kosto in november 1991 een afspraak had met de staatssecretaris voor een interview. Krikke zei in dat gesprek dat hij al op het station stond op weg naar Den Haag, toen hij in de krant las dat er een aanslag was gepleegd. 'Direct daarna herstelt hij zich en zegt dat hij het op de radio hoorde' is de interpretatie van agent 008-03 die het tapverslag maakte. De aanslag vroeg in de ochtend gepleegd, stond nog niet in de krant. Het interview heeft overigens een paar dagen later gewoon plaatsgevonden en verscheen in Hervormd Nederland, eind 1991.

In het dossier zitten geen uitgebreide tapverslagen, alleen een samenvatting van gesprekken die volgens het politieteam veelzeggend zijn. Met name die delen waarin het woord RaRa valt zijn volledig uitgeschreven, de rest ontbreekt.
De conclusie van de leider van het onderzoek, agent 001-01, is deze: "Uit de gesprekken kan men afleiden dat binnen eigen kring de huiszoekingen in verband worden gebracht met het RaRa onderzoek, maar dat men dit naar buiten (lees de gewone pers) stellig ontkent."
Op basis van dit summiere materiaal is met evenveel kracht te concluderen dat de Opstand-medewerkers volledig van slag waren door de huiszoekingen en -ook over de telefoon- eindeloos filosofeerden over de vraag waarom de politie bij hen was langs geweest. Naar buiten toe moesten ze een political correct antwoord zoeken op de steeds weerkerende vraag van de pers naar de mening van Opstand over de RaRa. Het dilemma van de geëngageerde journalist die zichzelf niet wil criminaliseren.

Het fraaiste staaltje van hineininterpretieren vormt echter de vergelijkende tekstanalyse. Agent 008-01 bestudeerde de claimbrieven van de RaRa van de laatste jaren. Hij stelde een lijst op van woorden die "naar zijn mening in het dagelijks taalgebruik niet vaak gebruikt worden". Zo kwam hij tot een lijst van zo'n honderdtwintig termen, variërend van immigratiestroom, marechausseeteams en sexe-specifieke vluchtgronden, Schengenoverleg, xenofobie en beleidscircuits, tot Fukuyama, integraalhelm en Iglo-thuismenu.
Vervolgens scande hij met een speciaal daarvoor geschreven computerprogramma deze trefwoorden met de inbeslaggenomen tekstbestanden. Het resultaat is een lijst met files waarin dezelfde woorden blijken voor te komen. Files afkomstig van de computer op het kantoor van het journalistencollektief. Opstand-medewerkers blijken zich -net als de RaRa- te bedienen van termen als pacificatie, hegemonie, Mulder en Aalberts, flinks, credo en post-materialisme.
Bovendien schrijft Krikke -net als de RaRa- burgermeester, in plaats van burgemeester.
Nadere bestudering van de lijst met 'treffers' uit het politierapport toont aan dat slechts vijfentwintig van de honderdtwintig termen overeenkomen. Sommige van die woorden komen meerdere keren voor, maar aan de namen van de bestanden is te zien dat het eerdere versie van het zelfde stuk betreft of reeds weggegooide -en door computerdeskundigen weer opgeviste- kopieën.

"Een onderzoek op klompen" noemt advocate Ties Prakken deze tekstanalyse. "Wat het team gedaan heeft, is al diā woorden opschrijven die niet tot het dagelijks politiejargon horen, wat zij vreemde, moeilijke woorden vinden. Die lijst hebben ze losgelaten op de harde schijven van Opstand. Als er al een tekstanalyse gebruikt gaat worden als bewijs, moet het wel op een wetenschappelijke manier gebeuren."
Een goede tekstanalyse bekijkt niet alleen òf een woord voorkomt, maar ook hoe vaak en op wat voor manier. Overeenkomsten in stijl zijn alleen af te leiden uit de vergelijking van meerdere teksten en de frequentie waarin een groot aantal dezelfde termen, in een bepaalde context, wordt gebruikt.
Ties Prakken: "Het enige dat nu aangetoond kan worden is dat mensen die kritiek hebben op het asielbeleid soms dezelfde woorden gebruiken. Het komt er op neer dat Krikke en Müter zijn gearresteerd op verdenking van gedeeld gedachtegoed."

Deze theorie kreeg ondersteuning vanuit onverwachte hoek. Een week voordat de Opstand-medewerkers werden opgepakt kreeg Lidwien Divendal bezoek van twee heren van de Haagse recherche. Divendal was tot voor kort actief in het Alkmaars Steunpunt voor Vluchtelingen, een organisatie die deelnam aan het overleg van het Platform Illegale Vluchtelingen, het PIV. Dat was waar de rechercheurs voor kwamen. Ze hadden notulen en discussiestukken van het PIV bij zich, een dikke map gevonden tijdens de huiszoeking bij Opstand. De heren hadden allerlei vragen over de RaRa en de mening van vluchtelingenorganisaties over de aanslag. En vragen over overeenkomsten in het taalgebruik in claimbrieven van de RaRa en stukken van het PIV.
Toen Divendal aan het einde van het gesprek begon over Hans Krikke en Jan Müter die al maandenlang last hadden van dit politieonderzoek, werd zij nadrukkelijk gecorrigeerd door de rechercheurs. Krikke en Müter waren niet het slachtoffer van de politie. Ze zijn het slachtoffer van de daders van de aanslag, die in hun persverklaringen tekstbrokken van derden kunnen hebben gebruikt om de aandacht van zichzelf af te leiden.
De afgelopen weken werden zeker zeven mensen, actief in organisaties voor vluchtelingen, benaderd door de Haagse politie. Terugkerend thema in de gesprekken was de open brief die ds. Hans Visser van de Pauluskerk in Rotterdam schreef aan de andere deelnemers aan het PIV, na de aanslag op het huis van staatssecretaris Kosto. Hij riep daarin op tot een discussie met sympathisanten van de RaRa, over doel en middelen in de strijd tegen het Nederlandse asielbeleid.
Daaruit leidde de Haagse politie af dat Visser moest weten wie de RaRa was, en dat de RaRa bij het PIV te vinden moest zijn. En daar bleef het niet bij. Alle leden van het PIV die tot nu toe benaderd zijn werd expliciet gevraagd naar hun mening en die van hun organisatie over de aanslagen van de RaRa. De politie maakte daarbij nadrukkelijk onderscheid tussen de religieuze en de niet-religieuze organisaties die met illegalen werken. Eerstgenoemden vielen uiteraard onder geen enkele verdenking. De benaderden werd gevraagd een verklaring met hun uitspraken te ondertekenen. Bij Lidwien Divendal uit Alkmaar beperkte die verklaring zich tot één regel. Zij moest bevestigen dat ze tegen de aanslagen van de RaRa was, en dat de organisatie waarvoor ze werkte zich als tegenstander ervan had uitgesproken.

Ties Prakken: "Wat de politie wil met deze verklaringen is volstrekt onduidelijk. Ik heb dit nog nooit meegemaakt. Het effect van deze actie is wel onmiddellijk te zien. Mensen worden gedwongen zich te distantiëren. Wie niet tekent maakt zichzelf verdacht."
De advocate ziet een verband met de inzet van artikel 140 tegen activisten. "In de eerste processen tegen krakers en anti-militaristen vijftien jaar geleden werd nadrukkelijk ontkend dat het ging om politieke zaken. Opsporingsonderzoek was gericht op het vinden van de daders van een bepaald delict. Die tijd is nu voorbij. De verdenking van lidmaatschap van een criminele organisatie geeft justitie de mogelijkheid om iedereen die actief is op een bepaald gebied in het onderzoek te betrekken."
Onmiddellijk na de arrestatie van de Opstand-medewerkers verklaarde de officier van justitie dat dit niet betekent dat de twee verdacht worden van het plaatsen van de bom. Betrokken rechercheurs lieten doorschemeren dat Krikke en Müter zelfs niets te maken hebben met het opstellen van de claimbrieven.
Ties Prakken: "Kennelijk kun je in Nederland al worden opgepakt als je kritische teksten schrijft. Dat heeft niets meer te maken met het vinden van de daders van de aanslag. Het is een puur politieke zaak."

De Opstand-medewerkers werden volgens justitie gearresteerd om hen te confronteren met het gevonden bewijsmateriaal. Waarom dat juist nu gebeurde is ook voor henzelf onverklaarbaar. Op een persconferentie enkele uren na hun vrijlating konden Krikkke en Müter alleen maar speculeren over de motieven van justitie. Jan Müter: "De rechercheurs hadden met een lijst met 110 vragen. Ze vroegen naar Opstand, de medewerkers, de werkzaamheden en naar onze bedoelingen. Ze wilden dingen weten over organisaties waar Opstand mee werkt, ze vroegen of ik bepaalde mensen kende. De tekstanalyses lieten ze me zien. Het enige nieuwe materiaal wat er tussen zat waren afgeluisterde telefoongesprekken van de laatste weken. Er was geen enkel hard bewijs."

Krikke en Müter weigerden mee te werken aan het verhoor voordat het hele dossier op tafel lag. De rechercheurs bleken niet goed bestand tegen het voortdurende zwijgen van de verdachten. Toen Krikke volgens de rechercheurs "irritant met zijn vingers op tafel ging tikken" kreeg hij toegevoegd dat hij ook geboeid verhoord kon worden. Die boeien konden zo strak dat hij zou gillen van de pijn.
De verhoorders doen het proces verbaal van de verhoren ook zelf verslag van bedreigingen. "Op een gegeven moment nam de verdachte H.W. Krikke een slapende houding aan. Ik, verbalisant, no. 008-01, heb tegen de verdachte gezegd dat hij zijn ogen open moest houden. Indien hij dit niet zou doen, dan zou ik hem van zijn stoel schoppen, teneinde hem wakker te houden. Nadat ik, verbalisant, dit tegen hem gezegd had, hield hij verder zijn ogen open."
Vrijdag werden werden de Opstand-medewerkers voorgeleid aan de rechter-commissaris voor verlenging van hun voorarrest met nog drie dagen. De RC besloot het tweetal het weekend nog vast te houden. Maandagochtend vroeg werden Krikke en Müter vrijgelaten. Ties Prakken: "Een voorbeeld van pure pesterij. Ze zijn in het weekend nog geen uur per dag verhoord."

N.B. De dag voor kerst 1995 hoorden de Opstand-journalisten dat de zaak tegen hen was geseponeerd, 'bij gebrek aan bewijs'. Anderhalf jaar later kreeg het tweetal een schadevergoeding toegekend van bijna tweeënhalve ton.


Evel