Oproep tot subversief gebruik van Internet.

Gepubliceerd in Springer, Oostenrijks Netzine, winter 1996


Alhoewel Internet oorspronkelijk is ontwikkeld door het militair complex en aanvankelijk een elitair netwerk was tussen universiteiten, is 'toegang voor iedereen' bereikt door toedoen van hackers. Onder het motto 'acces for all' wisten computerkrakers binnen te dringen in bestaande netwerken en die te gebruiken voor hun eigen doeleinden. En dat waren niet alleen spectaculaire inbraken zoals die in het NASA-hoofdkwartier, maar ook verbindingen tussen alternatieve gebruikers onderling. In enkele jaren tijd is Internet uitgegroeid tot een bloeiend netwerk waar iedereen gebruik van kan maken.
De rol van hackers en andere hobbyisten bij de creatie van Internet moet niet vergeten worden. Zonder te lyrisch te worden over de 'maakbaarheid van je eigen omgeving', wat eenvoudig te illustreren zou zijn met citaten uit rapporten van Europese Commissies die voortdurend het bijzondere karakter van Internet onderstrepen omdat de groei van het netwerk en de populariteit ervan is ontstaan praktisch zonder bemoeienis van de overheid of het bedrijfsleven, is het van groot belang na te denken over alternatief gebruik van Internet. Juist nu de commercie bezit dreigt te nemen van het Net en iedere zichzelf respecterende instantie of organisatie beseft dat ze 'iets moeten met het WorldWideWeb', is het tijd om vrijruimtes te creëeren en grenzen te overschrijden.

Computertechniek en Internet bieden mogelijkheden voor acties en politieke campagnes, die er voorheen niet waren.
Zelf ben ik een actievoerder met een carrière in de beweging van de jaren tachtig; Nederland kende toen een florerende kraakbeweging met vertakkingen naar de anti-kernenergiebeweging en het anti-militarisme. In die tijd is buro Jansen & Janssen opgericht, genoemd naar de twee onhandige detectives uit de strip Kuifje. Activisten hadden veel last van de politie en inlichtingendiensten, ons buro begon met het verzamelen van strategieën en contra-expertise. Als snel ontstond een levendig archief over politie-tactieken met bijzondere aandacht voor het analyseren hoe autoriteiten omgaan met kritische krachten. Buro Jansen & Janssen publiceerden eigen onderzoek naar hoe de inlichtingendiensten de beweging probeerde te infiltreren, en hoe asielzoekers onder druk werden gezet om informatie door te geven.
Een ander onderwerp dat al jaren onze interesse heeft is het gevecht tegen de georganiseerde misdaad, de invloed van buitenlandse diensten op drugshandel en de verschuiving naar meer inlichtingenwerk door de politie.
Dit onderwerp staat de laatste tijd in Nederland bijzonder in de belangstelling. Een paar jaar geleden ontdekte een officier van justitie in Amsterdam dat een speciaal opsporingsteam, het IRT, de facto een drugslijn exploiteerde. Dit team maakte gebruik van een informant die moest groeien tot een belangrijke pion in een drugsbende. De politie hielp zelfs mee bij het overladen van containers vol soft-drugs, en uiteindelijk waren ze betrokken bij de im- en export van allerlei verdovende middelen, inclusief XTC en cocaïne.
Het IRT werd a la minute opgeheven, wat uiteraard veel onrust bij de politie 'n in de criminele wereld veroorzaakte. Verantwoordelijke autoriteiten weigerden met elkaar te praten. Betrokken politiemensen claimden dat hun leven gevaar liep, en dat van hun informanten.
De ministers van Justitie en van Binnenlandse zaken moesten aftreden, en een parlementaire onderzoekscommissie werd in het leven geroepen om alles tot op de bodem uit te zoeken. Deze Commissie van Traa, genoemd naar haar voorzitter, bestond uit specialisten van universiteiten en uit de wereld van politie en justitie. De commissie interviewde veel van de betrokkenen, en het openbare gedeelte van de verhoren werd integraal en live uitgezonden op de televisie.
De publieke opinie reageerde geschokt. Dat de hogere regionen zo slecht wisten wat zich in de praktijk afspeelde, was bijna niet te geloven. Niemand leek verantwoordelijkheid te willen nemen voor wat er was gebeurd.
De resultaten van het onderzoek van de commissie van Traa werden gepubliceerd in 13 delen (meer dan 5000 pagina's) en in een mooie doos verkocht voor DM 800,- Een CD-rom met dezelfde informatie, maar wel via de computer doorzoekbaar was voor dezelfde prijs verkrijgbaar. Omdat de papieren versie geen index of inhoudsopgave bevatte, was men gedwongen het totaalpakket te kopen voor DM 1250,- Uitgever was de voormalige Staatsuitgeverij (SDU), recentelijk geprivatiseerd.
De prijs van het rapport veroorzaakte nogal wat discussie, omdat deze teksten in feite Tweede Kamerstukken waren die vrij toegankelijk zouden moeten zijn voor het publiek. Na een pleidooi in het serieuze avondblad NRC Handelsblad om het Van Traa rapport op Internet te zetten, was het tijd voor actie. Het bleek redelijk eenvoudig om, met de hulp van specialisten, de CD-rom te kraken en de teksten op het WorldWideWeb te zetten. En het was niet eens een illegale actie! Tweede Kamer stukken zijn vrij van copyright, de wet maakt deze uitzondering ten behoeve van de democratie. De Staatsuitgeverij kan rechten laten gelden op de lay out, maar niet op de teksten zelf. Buro Jansen & Janssen zag het gat in de wet, en sprong er onmiddellijk in.
Het doorbreken van het monopolie van de Staatsuitgeverij zorgde voor grote koppen op de voorpagina's van de kranten.
The timing was right. Met deze actie intervenieerde buro Jansen & Janssen in een discussie over openbaarheid van bestuur, waarvan we maar vaag wisten dat die bestond. De Van Traa-site was een goed voorbeeld voor autoriteiten die toegang tot informatie moeten organiseren met behulp van computers. Parlementsleden waren enthousiast omdat zo'n initiatief de gemiddelde couch-potato kon betrekken bij de politiek.
De geheime agenda van buro Jansen & Janssen was eigenlijk een inhoudelijke discussie over opsporingsmethoden. Als meer mensen op de hoogte waren van de schokkende details, zou dit kunnen leiden tot een debat over essentiële zaken. Nu bleef de discussie in de Tweede Kamer steken in de vraag of er koppen moesten rollen.
De actie was een logisch vervolg op dingen die Jansen & Janssen in het verleden deed, en tegelijkertijd een volkomen nieuwe ontwikkeling. De gebruikte methoden waren karakteristiek voor de aktivistenbeweging waar Jansen uit voortkomt, zoals inbreken en openbaarmaken. Maar een CD hacken en op je Website zetten is een stuk eenvoudiger!
Als toetje na het on line zetten van het Van Traa rapport, volgde het openbaarmaken van een geheim politierapport dat zo mogelijk nog onthullender was. De Rijksrecherche, de politie van de politie, had onderzoek gedaan naar de gang van zaken op de afdeling waar de twee in drugs handelende politiemensen werkten. Rijksrechercherapporten zijn meestal geheim, maar na aanbieding aan het parlement veranderde die status. Ondanks groter druk van de publieke opinie werd het rapport slechts beperkt beschikbaar voor parlementsleden, de pers en andere betrokkenen. Maar: een paar dagen later waren alle schokkende details te lezen op de Web-site van buro Jansen & Janssen.
Dit is waar Internet voor bedoeld is, was een veel gehoorde reactie, om informatie openbaar te maken die sowieso toegankelijk hoort te zijn. Zonder Internet en de kennis van computerhackers was deze actie niet zo makkelijk geweest, en zeker niet zonder juridische problemen. Voor Jansen & Janssen ligt de uitdaging in het verkennen van de grenzen van die mogelijkheden.

Voor creatief en subversief gebruik van Internet is het van groot belang om - net als in beweging van de jaren tachtig - je eigen structuren te creëeren. In Nederland hebben voormalige hackers een succesvolle accesprovider opgericht, met de toepasselijke naam xs4all (spreek uit: acces for all). Vanuit het principiële standpunt van vrijheid van informatie is er bij xs4all meer mogelijk dan bij een puur commerciële accesprovider.
Met die steun in de rug zijn een aantal mensen in Amsterdam nu gestart met contrast.org. Dat moet een online werkplaats worden, om actiegroepen de hogere internet-kunde te leren. Nadat Radikal hier digitaal onderdak had gevonden en de Scientology- oorlog op het Net in Nederland leidde tot een -door ons gewonnen- proces, is het tijd voor meer structuur in politieke campagnes via Internet. Steeds meer groepen vragen asiel voor hun informatie om te ontkomen aan censuur, contrast.org zal hen bijstaan. Naast hulp bij spannende plannetjes, wil contrast.org ook zelf initiatieven nemen. Als eerste project staat de komende Eurotop op het programma, en de tegenmanifestatie Het Andere Europa, in juni in Amsterdam. Contrast.org zal de groepen die de tegenmanifestatie overal in Europa voorbereiden zoveel mogelijk ondersteunen met praktische faciliteiten voor contact onderling. Inhoudelijk komen er (i.s.m. buro Jansen & Janssen) bijvoorbeeld websites over Europol en over geheimhouding op Europees niveau. Ook wil contrast.org discussiegroepen starten op het Net, bijvoorbeeld over het neo-liberalisme en het Andere Europa.

Het gebruik van Internet kan een dimensie toevoegen aan een politieke campagne, of werkelijk grensverleggend zijn. Maar vrijheid op Internet moet bevochten worden; zonder de bundeling van technische kennis en het uitvoeren van spannende plannen zijn de vrijplaatsen zo verdwenen!



Evel