Nasleep van de Tragiek in Nijmegen.

Infiltreren is zo makkelijk nog niet.

Gepubliceerd in NN, januari 1991


Twee weken geleden, op vrijdag 18 januari, is er in Nijmegen een korte verklaring verspreid over E.M., een student die in november op eigen houtje naar de PID was gestapt om zich aan te melden als informant. Dit stencil was zo kort dat het alleen maar meer vragen opriep.
Tijd voor een uitgebreider verslag van E.M.'s verhaal en de rol van Jansen & Janssen in deze zaak.

E.M. is student, 23 jaar oud en woont in Nijmegen. Na uitvoerige bestudering van de Tragiek van een Geheime Dienst besloot hij dat hij tijd was de PID een hak te zetten. Zijn precieze motivatie blijft tot nu toe vaag, wel is duidelijk dat deze onderneming hem al heel snel boven het hoofd groeide waardoor hij in een cirkel van angst en paranoia terechtkwam.
Op 15 november 1990 vroeg E.M. aan de balie van het politieburo Nijmegen of hij de PID kon spreken. Via de telefoon kreeg hij iemand die erg achterdochtig was en hoopte dat het niet voor een skriptie was. Er volgde een gesprek van een paar uur met Koos Barten (bekend uit De Tragiek) volgens E.M. een erg sympathiek figuur met geitewollen sokken. E.M. hield een klassiek en blijkbaar overtuigend verhaal dat hij tegen geweld was, dat sommige aktiegroepen hem te ver gingen en dat hij zijn vrienden tegen zichzelf wilde beschermen.

Na 14 dagen volgde een tweede gesprek. De PID wilde wel met hem in zee gaan, maar dat kon als gevolg van de Tragiek beter rechtstreeks met de BVD Den Haag. Voor het derde gesprek moest hij naar het station van Boxmeer alwaar hij Kees Boskamp (bekend uit het boekje De Regenjassendemokratie) ontmoette. E.M. omschrijft de BVD-er als iemand met een varkensachtig uiterlijk, kleine oogjes, paarsig dooraderd gezicht, bruin haar, geen snor, altijd dezelfde vage kleren aan. In een AC-restaurant kreeg hij een stoomkursus over de doelstellingen en ideeëngoed van de BVD. Trefwoorden: komplotgedachte, kontakten met het buitenland, egoïstische parasieten, met een paar leidinggevende types. Het gesprek was vooral aftastend en informatief. E.M. moest zich eerst inwerken: zich oriënteren in de aktiewereld, abonnementen nemen op Lekker Fris en NN etc. Hij moest hiervoor een postbus nemen om geen argwaan te wekken bij zijn huisgenoten. Kees Boskamp gaf hem de opdracht de Regenjassendemokratie van Jansen & Janssen te lezen en naar een informatieavond over inlichtingendiensten in O'42 toe te gaan, op 16 december 1990. In eerste instantie om zichzelf te informeren, maar achteraf werd hem toch gevraagd wie er waren en wat er gebeurde. Dat was tijdens het derde en laatste gesprek met de BVD; in totaal heeft E.M. dus 5 gesprekken gevoerd.

De bedoeling was dat hij in het AKKU (aktievoerende studentenbond) zou infiltreren, van de kraakbeweging stond hij te ver af. Al bij het eerste gesprek met de BVD-er kreeg E.M. het benauwd en begreep hij dat een eventuele dubbelrol moeilijk vol te houden zou zijn zonder het doorgeven van informatie. Hij was bang door de mand te vallen, dat zijn vrienden hem door zouden hebben en dat de PID hem in de gaten hield. Half december, dus een maand na het eerste gesprek, stuurde hij een briefje naar Jansen & Janssen, met een verzoek om hulp om uit zijn benarde situatie te komen. Ons kaartje met een antwoord is nooit aangekomen - verdwenen tussen de kerstpost zullen we maar zeggen. Daardoor duurde het vrij lang voor E.M. iets van ons hoorde en in zijn hoofd ging het steeds meer malen. Pas begin januari zijn we met aantal mensen uit Nijmegen weer verder gegaan en nèt voordat het gelukt was een afspraak met hem te maken, besloot E.M. zelf aan mensen die hij kende te vertellen waar hij mee bezig was. Een paar dagen later volgde een lang gesprek met Jansen & Janssen waarin E.M. bovenstaand verhaal vertelde.
Omdat hij al begonnen was zichzelf bekend te maken is besloten dat hij daar via een korte verklaring en kontakten met de pers mee door zou gaan. In Nijmegen is onmiddelijk een stencil verspreid en inmiddels heeft hij zijn verhaal via Radio Rataplan verteld en er zijn kontakten met kranten en Radio Gelderland. Een uitgebreidere versie van zijn verhaal volgt.

Wat kunnen wij hier van leren?
Dubbelspion spelen is niet niks. Als je op zo'n manier iets over de PID te weten wilt komen moet je stevig in je schoenen staan. In je eentje het politieburo binnenstappen om persoonlijke nieuwsgierigheid te bevredigen of om de PID een hak te zetten, dat lukt nooit. Je hebt daar op zijn minst een stevige begeleidingsgroep van mensen met de nodige ervaring en kennis op het gebied van politie en inlichtingendiensten voor nodig.
E.M. kreeg het al na een paar gesprekken op zijn heupen en wilde van Jansen & Janssen in eerste instantie hulp om zijn infiltratie voort te zetten. Daartoe zou J&J verdenkingen die er tegen hem zouden kunnen rijzen moeten sussen. Zo gaat dat dus niet. Jansen & Janssen verricht volgaarne hand- en spandiensten bij het ontmaskeren en/of uittreden van informanten, maar onze medewerking is geen garantie voor de betrouwbaarheid van de persoon in kwestie: het feit dat J&J ergens bij betrokken was geeft nog geen kwaliteitsstempeltje aan de betreffende zaak in de zin van 'dit zit wel goed'.
Mensen die uit eigen beweging naar de politie stappen zonder zich vantevoren te realiseren wat ze doen, moeten daar als ze er mee ophouden tot in detail verantwoording over afleggen om eventueel onterechte verdenkingen te voorkomen.
In het geval van E.M. was de schade, voor zover op dit moment te overzien, gering. Hij was nog in zijn inwerkperiode en werd waarschijnlijk van de andere kant af met veel wantrouwen bekeken. Wat het opgeleverd heeft zijn wat roddels over de PID en de BVD. Bijvoorbeeld dat de PID zegt dat ze gewoon doorgaan met werken in Nijmegen en dat ze voornamelijk bezig zijn met het runnen van informanten. En dat Koos Barten niet bang is sinds de Tragiek. Hij denkt wel eens dat hij vreemd bekeken wordt in het café, maar bang voor zijn spullen is hij niet: hij zit op karate, "laat ze maar komen".
De BVD daarentegen wist echter te vertellen dat er half maart een operatie van 3 of 4 maanden afgerond, waarbij de PID-Nijmegen helemaal opnieuw wordt opgezet. "PID-ers zijn expendable", vervangbaar en komen weer op straat terecht of in een andere stad. Wat het was om akties c.q. vrienden te verraden heeft E.M. zich vantevoren niet gerealiseerd. Met het alleen geven van 'openbare informatie' kom je er niet. Het lijkt het meest op een uit de hand gelopen grap met vergaande gevolgen, vooral voor hemzelf.
Zelf zegt hij daarover: "Als ik De Regenjassendemokratie eerder had gelezen, was ik er nooit aan begonnen". Het is maar goed dat de BVD dit soort literatuur verplicht stelt. Laat het een waarschuwing zijn.


Evel